Guinee Bissau
Boé
|
De Boé is de meest zuidoostelijke sector van de regio Gabu. De officiële hoofdstad is (Madina de) Boé maar het bestuurlijk centrum is nu in Beli; dit is althans de vestigingsplaats van de “administrador”, de hoogste ambtenaar van de Boé. Klimatologisch behoort de Boé, net als de rest van Guinee Bissau tot de tropisch humiede klimaat zone van het savannetype (Aw). De dagtemperatuur schommelt tussen de 30 en 33 graden Celsius, de nachttemperatuur varieert tussen de 18 en 23 graden. De verschillen in neerslag zijn extreem. In de maanden december tot en met april is regen vrijwel afwezig. Van juni tot en met oktober is het erg nat. Geografisch kan men de Boé zien als het uiterste noordwestelijk deel van het grote Fouta Djalan massief in Guinee (Conakry). Het landschap bestaat uit grote vlakke plateaus met een savannevegetatie, op onregelmatige plaatsen doorsneden door betrekkelijk smalle rivierdalen met ondiepe maar vrij steile oevers. De oevers en dalen van de rivier zijn begroeid met tropisch bos. Het is in dit bos dat de grootste diversiteit aan flora en fauna wordt gevonden. Het is ook hier dat de chimpansees voorkomen. Geologisch gezien bestaat Guinee Bissau uit drie gebieden. De westelijke helft van het land bestaat uit relatief jonge mariene sedimenten. De ouderdom loopt van Quartair tot Neogeen (grofweg jonger dan 25 miljoen jaar oud). In het noordoosten komen de oudste gesteenten voor, ze zijn merendeels gedateerd als behorende tot het Neoproterozoïcum (540 tot 1200 miljoen jaar oud). De gesteenten van het zuidoostelijk deel van Guinee Bissau, dus inclusief de Boé nemen een tussenpositie in. Het zijn merendeels sedimenten die werden afgezet in het Devoon, Siluur en Ordovicium (360 tot 480 miljoen jaar oud). Het zijn grotendeels zandstenen maar deze zandstenen worden soms afgewisseld met lagen die meer klei en silt bevatten. De sedimenten worden plaatselijk doorsneden door “pockets” van jongere, waarschijnlijk Mesozoïsche, stollingsgesteenten, zoals doleriet. |